Voorkom bijwerkingen en verkeerde doseringen door de informatie in je DNA te gebruiken!

Metoprolol

Metoprolol is een veelgebruikt geneesmiddel uit de groep van de zogeheten selectieve bèta1 ( β1) receptor-blokkers. Bètablokkers hebben onder meer een gunstig effect op de doorbloeding en bloeddruk. Verder vertraagt metoprolol de hartslag en vermindert het de zuurstofbehoefte van het hart. Het middel wordt ingezet bij angina pectoris (hartkramp ten gevolge van zuurstoftekort), bij hartfalen, na een hartstilstand, bij hartritmestoornissen, bij een hoge bloeddruk, bij migraine en bij een te snelle schildklierwerking.

Metoprolol en het nut van DNA-analyse

De snelheid waarmee metoprolol in je lichaam wordt verwerkt, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van metoprolol deels te voorspellen op basis van je genen. Preventieve DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Metoprolol en het enzym CYP2D6

Metoprolol wordt in belangrijke mate verwerkt door het enzym CYP2D6. Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van dit enzym behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van metoprolol van persoon tot persoon kan verschillen.

Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met metoprolol.

Meer lezen over CYP2D6-enzym »

Mogelijke bijwerkingen

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Vermoeidheid.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk (binnen enkele dagen tot weken). Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen.
  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, verstopping of diarree. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het middel met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.
  • Hoofdpijn.
  • Koude handen en voeten. Dit komt doordat de bloedvaten in de huid onvoldoende reageren op kou. Het kan zijn dat u hier last van blijft houden zolang u het medicijn slikt. Zorg voor voldoende bescherming tegen kou door warme kleding te dragen, zoals wanten en sokken. Mensen met de ziekte van Raynaud hebben koude en witte tenen, die geen gevoel hebben. Ze kunnen hier meer last van krijgen. Neem contact op met uw arts als deze bijwerking te veel last geeft.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Droge mond doordat u minder speeksel aanmaakt. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker uw gebit controleren. U kunt de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.
  • erectiestoornissen. Dit komt door de lagere bloeddruk. Als u last heeft van deze bijwerking, vraag dan advies aan uw arts. Mogelijk moet de dosering aangepast worden of is een ander medicijn geschikter voor u.
  • Slaapstoornissen, zoals moeite met inslapen, levendiger dromen en nachtmerries.
  • Depressiviteit, verwardheid, angst en waandenkbeelden (hallucinaties).
  • Droge ogen en wazig zien. Mensen die contactlenzen dragen kunnen door metoprolol last krijgen van droge ogen. De contactlenzen kunnen dan eerder irriteren. Houd ze in dat geval minder lang in of gebruik bevochtigende oogdruppels (kunsttranen).
  • Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit middel vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond. Mogelijk is een ander medicijn geschikter.
  • Huiduitslag, zweten en haaruitval.
  • Verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. Deze bijwerking ontstaat door een tekort aan bloedplaatjes. Neem contact op met uw arts bij onverklaarbare bloedneuzen, onderhuidse bloedinkjes en blauwe plekken.
  • Als u diabetes heeft: u merkt minder snel dat u een te laag bloedglucose (hypo) heeft. Dit komt doordat metoprolol de hartkloppingen tegengaat die ontstaan bij een hypo. Controleer daarom vaker uw bloedglucose.
  • Benauwdheid. Als u last krijgt van deze bijwerking, neem dan contact op met uw arts. Als u astma of COPD heeft, kunt u meer last van benauwdheid krijgen. Als u dit merkt, neem dan contact op met uw arts. Mogelijk is dan een ander medicijn geschikter voor u.
  • Als u aan de spierziekte myasthenia gravis lijdt: u kunt meer last krijgen van deze aandoening. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
  • Als u aan psoriasis lijdt: u kunt meer last krijgen van deze aandoening. Neem contact op met uw arts als u last heeft van rode schilferende of glanzende plekken op de huid, beschadigingen van de huid, jeuk, putjes in de nagels en gewrichtsklachten.
  • Bij bepaalde vormen van de aangeboren hartafwijking Wolff-Parkinson-White-syndroom, kunnen ernstige hartritmestoornissen ontstaan door dit medicijn. U mag dit medicijn alleen op voorschrift en onder controle van een cardioloog of internist gebruiken.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Kinderen

Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen.

Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen kunnen voorkomen, zijn:

  • Vermoeidheid.
  • Duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als het lichaam van uw kind zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk (binnen enkele dagen tot weken). Als uw kind zich duizelig voelt, laat hem dan niet te snel opstaan uit bed of van een stoel. U kunt dan het best uw kind even laten liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen.
  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, diarree en buikpijn. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als uw kind dit medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft uw kind er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met de arts.
  • Hoofdpijn.
  • Slaapstoornissen, zoals nachtmerries.
  • Droge mond doordat uw kind minder speeksel aanmaakt. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in het gebit ontwikkelen. Poets en flos het gebit van uw kind daarom extra goed als u merkt dat hij last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker het gebit controleren. Uw kind kan de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.
  • Hartfalen (hart met minder pompkracht). De klachten kunnen soms tijdelijk verergeren, doordat de hartslag trager wordt. Krijgt uw kind meer last van opgezwollen enkels en benauwdheid? Overleg dan met de arts.
  • Als uw kind astma heeft: uw kind kan meer last van benauwdheid krijgen. Als u dit merkt, neem dan contact op met de arts. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor uw kind.
logo Medicatie Op Maat
powered by iGene

© Copyright 2020 - iGene | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Privacyverklaring | Cookieverklaring
MOM / iGene / Oude Haven 102 / 6511 XH Nijmegen / +31 (0)10 310 4200 info@medicatie-op-maat.nl