Voorkom bijwerkingen en verkeerde doseringen door de informatie in je DNA te gebruiken!

Aripiprazol

Aripiprazol is een antipsychoticum dat behoort tot de zogeheten atypische antipsychotica. De werkzaamheid van deze groep antipsychotica berust voornamelijk op het verminderen van de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen zoals dopamine en serotonine. Aripiprazol wordt voorgeschreven bij psychose, schizofrenie, manie, depressie, onrust en tics.

Aripiprazol en het nut van DNA-analyse

De snelheid waarmee aripiprazol in je lichaam wordt verwerkt, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van aripiprazol deels te voorspellen op basis van je genen. Dit wordt farmacogenetica genoemd.

Een preventieve farmacogenetische DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Aripiprazol en het enzym CYP2D6

Aripiprazol wordt in belangrijke mate verwerkt door het enzym CYP2D6. Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van dit enzym behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van aripiprazol van persoon tot persoon kan verschillen.

Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met aripiprazol.

Meer lezen over CYP2D6-enzym »

Mogelijk bijwerkingen

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
  • Bewegingsstoornissen. De bijwerkingen kunnen lijken op de verschijnselen van de ziekte van Parkinson: stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloosheid en plotselinge spiertrekkingen. Waarschuw bij deze verschijnselen uw arts. Ouderen, mensen met de ziekte van Parkinson en mensen die al bewegingsstoornissen hebben zijn extra gevoelig voor deze bijwerking. Als u dit merkt, waarschuw dan uw arts. Als u dit medicijn langdurig gebruikt, kunt u zeer zelden een ander soort bewegingsstoornissen krijgen die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Als u dit medicijn langdurig gebruikt, is de kans op deze bijwerkingen groter.
    Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
    Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson of als u al een bewegingsstoornis heeft. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Hoofdpijn, slapeloosheid en depressie.
  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, brandend maagzuur en buikpijn. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.
  • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.
  • Kwijlen, vooral tijdens de slaap. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
  • Droge ogen, wazig zien en zeer zelden dubbelzien en lichtschuwheid. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
  • Zwak gevoel.
  • Sufheid, slaperigheid, duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
  • Problemen met vrijen. Bij mannen: moeilijker krijgen van een erectie. Bij vrouwen: moeilijker krijgen van een orgasme. Zeer zelden bij mannen en vrouwen: meer zin om te vrijen.
  • Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling of juist gewichtsafname.
    Omdat de gewichtstoename onder andere komt door een toename van de eetlust, is het belangrijk minder te eten dan u zou lusten. Dat is voor veel mensen erg moeilijk. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u te veel aankomt of te veel afvalt. Zij kunnen u helpen hiermee om te gaan.
  • Plasproblemen, door minder controle over de spieren van de blaas. Daardoor kunt u last krijgen van ongewild urineverlies, maar ook moeite krijgen met plassen of om de blaas helemaal leeg te maken. Deze klachten verergeren bij een vergrote prostaat. Door achterblijven van urine in de blaas heeft u ook meer kans op blaasontsteking. Neem contact op met uw arts als u als u problemen krijgt met plassen. De klachten gaan meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.
  • Te snelle hartslag en zeer zelden hartkloppingen.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Dit is vooral van belang voor mensen met een bepaalde hartritmestoornis, namelijk het verlengde QT-interval. Gebruik dit middel NIET als u deze hartritmestoornis heeft. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander middel.
  • Duizeligheid, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het beste gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste 2 weken van het gebruik of binnen 2 weken na een verhoging van de dosering.
  • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op. Dit kunt u herkennen aan een dikke, harde, rode en pijnlijke plek op het been, soms aan pijn in de kuit en een zwaar gevoel in het been, zelden aan plotseling optredende kortademigheid, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Waarschuw in deze gevallen onmiddellijk een arts, of ga meteen naar de Eerste-Hulpdienst.
  • Bij mensen met epilepsie kan een aanval worden uitgelokt. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebuiken.
  • Teveel cholesterol en andere vetten in het bloed. Deze kunnen zich ophopen in de bloedvaten, waardoor trombose kan ontstaan (zie bij zeer zelden). Uw arts zal jaarlijks uw cholesterol en/of vetgehalte controleren en in het eerste jaar van de behandeling vaker. Als u al een te hoog cholesterol en/of vetgehalte in uw bloed heeft, zal uw arts u daar extra op controleren.
  • Slikproblemen. U kunt last krijgen van verslikken. Bij verslikken kan voedsel in de luchtpijp terechtkomen in plaats van in de slokdarm. U kunt hierdoor een longontsteking krijgen. Neem contact op met uw arts als u merkt dat u moeite heeft met slikken.
  • Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw dan een arts.
  • Haaruitval en overgevoeligheid voor zonlicht.
  • Bloedafwijkingen. Als u ononverklaarbare koorts, keelpijn of blaasjes in de mond en keel, plotselinge blauwe plekken of neusbloedingen krijgt, kan dat duiden op bloedafwijkingen. Waarschuw dan uw arts.
  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan galbulten of jeuk. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Geef aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor aripiprazol. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het medicijn niet opnieuw krijgt. In zeldzame gevallen ontstaat angio-oedeem: een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als dit gebeurt, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan.

Kinderen

De meeste bijwerkingen die bekend zijn, zijn gemeld bij volwassenen. Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen.

Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen en jongeren kunnen voorkomen, zijn:

  • Sufheid, hoofdpijn, vermoeidheid, slaperigheid, slapeloosheid, duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij oplettendheid nodig is, zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school. Deze bijwerkingen treden soms op.
  • Bewegingsstoornissen, zoals trillen, rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme). Deze bijwerkingen treden soms op.
    Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken.
    Door deze bijwerkingen kan uw kind ook spier- of gewrichtspijn krijgen. Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen. Overleg met de arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan de arts de dosering verlagen of uw kind een ander medicijn voorschrijven waar hij minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
    Er kunnen 'late bewegingsstoornissen' ontstaan (tardieve dyskinesie). U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
    Raadpleeg de arts als uw kind last krijgt van deze verschijnselen.
    Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). Soms komen ze pas aan het licht als uw kind met dit medicijn is gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de kinderen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
    Raadpleeg de arts als uw kind al lijdt aan een bewegingsstoornis. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
  • Droge mond. Deze bijwerking treedt zelden op. Als uw kind het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: uw kind kan meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met de arts als uw kind meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
  • Kwijlen, vooral tijdens de slaap. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
  • Buikpijn. Deze bijwerkingen treden zelden op en meestal in het begin van de behandeling. Meestal helpt het als uw kind het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft uw kind er ook na enige dagen last van houden, neem dan contact op met de arts.
  • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.
  • Gewichtstoename, door meer eetlust en een veranderde stofwisseling of juist gewichtsafname. Deze bijwerking treedt soms op. Raadpleeg de arts of een diëtist als uw kind hier veel last van heeft. Voordat uw kind met aripiprazol begint, zal de arts de bloeddruk, het gewicht en de lengte van uw kind opmeten. Vaak zal ook wat bloed afgenomen worden.
  • Te snelle hartslag, duizeligheid en een licht gevoel in het hoofd, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Als uw kind zich duizelig voelt, laat het dan niet te snel opstaan uit bed of van een stoel. U kunt dan het best uw kind even laten liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Deze bijwerking treedt zelden op.
  • Er zijn zeldzame gevallen van het maligne neurolepticasyndroom gemeld. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste 2 weken van het gebruik of binnen 2 weken na een verhoging van de dosering.
logo Medicatie Op Maat
powered by iGene

© Copyright 2020 - iGene | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Privacyverklaring | Cookieverklaring
MOM / iGene / Oude Haven 102 / 6511 XH Nijmegen / +31 (0)10 310 4200 info@medicatie-op-maat.nl