Voorkom bijwerkingen en verkeerde doseringen door de informatie in je DNA te gebruiken!

Imipramine

Imipramine is een antidepressivum dat behoort tot de zogeheten tricyclische antidepressiemiddelen (TCA’s). TCA’s remmen de heropname van de neurotransmitters serotonine en noradrenaline in de hersenen. Het zijn oudere, maar effectieve, middelen die minder selectief zijn dan modernere heropnameremmers zoals SSRI’s. Imipramine wordt voorgeschreven bij depressiviteit, angststoornissen, zenuwpijn en narcolepsie (oncontroleerbare slaapaanvallen).

Imipramine en het nut van DNA-analyse

De snelheid waarmee imipramine in je lichaam wordt verwerkt, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van Imipramine deels te voorspellen op basis van je genen. Dit wordt farmacogenetica genoemd.

Een preventieve farmacogenetische DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Imipramine en de enzymen CYP2C19 en CYP2D6

Imipramine wordt in belangrijke mate verwerkt door de enzymen CYP2C19 en CYP2D6.

In eerste instantie wordt imipramine omgezet (gedemethyleerd) door het enzym CYP2C19 tot een andere actieve stof. Bij deze stap zijn, in mindere mate, ook de enzymen CYP1A2 en CYP3A4 betrokken. Na deze activatie-stap volgt een verdere omzetting (hydroxylering) door het enzym CYP2D6 tot minder actieve componenten.

Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van de betrokken enzymen behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van imipramine van persoon tot persoon kan verschillen. Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met imipramine.

Meer lezen over CYP2C19 / CYP2D6 en TCA's »

Imipramine en het enzym CYP2C19

Imipramine wordt in belangrijke mate verwerkt door de enzymen CYP2C19 en CYP2D6.

In eerste instantie wordt imipramine omgezet (gedemethyleerd) door het enzym CYP2C19 tot een andere actieve stof. Bij deze stap zijn, in mindere mate, ook de enzymen CYP1A2 en CYP3A4 betrokken. Na deze activatie-stap volgt een verdere omzetting (hydroxylering) door het enzym CYP2D6 tot minder actieve componenten.

Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van de betrokken enzymen behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van imipramine van persoon tot persoon kan verschillen. Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met imipramine.

Meer lezen over CYP2C19-enzym »

Imipramine en het enzym CYP2D6

Imipramine wordt in belangrijke mate verwerkt door de enzymen CYP2D6 en CYP2C19.

In eerste instantie wordt imipramine omgezet (gedemethyleerd) door het enzym CYP2C19 tot een andere actieve stof. Bij deze stap zijn, in mindere mate, ook de enzymen CYP1A2 en CYP3A4 betrokken. Na deze activatie-stap volgt een verdere omzetting (hydroxylering) door het enzym CYP2D6 tot minder actieve componenten.

Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van de betrokken enzymen behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van imipramine van persoon tot persoon kan verschillen. Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met imipramine.

Meer lezen over CYP2D6-enzym »

Mogelijke bijwerkingen

Of er bijwerkingen optreden, en in welke mate, hangt af van hoeveel en hoe lang u dit middel gaat gebruiken. Bovendien zullen bijwerkingen niet bij iedereen optreden, maar alleen bij personen die daarvoor gevoelig zijn.

De meeste bijwerkingen zijn in de eerste week het meest uitgesproken en nemen daarna af of verdwijnen zelfs. Ze gaan weer over als u met het middel stopt.

Sommige aandoeningen kunnen door imipramine verergeren. Neem daarom in elk geval contact op met uw arts als u lijdt aan hartkramp (angina pectoris), hartritmestoornissen, verhoogde oogboldruk (glaucoom), maag- of darmzweren, epilepsie, een vergrote prostaat of porfyrie.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig, vooral de eerste tijd dat u dit middel gebruikt

  • Droge mond, doordat u minder speeksel aanmaakt. Als u in het begin van de behandeling veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Door de droge mond ontstaan sneller gaatjes in uw gebit en ontstekingen van het slijmvlies van de mondholte. Poets en flos extra goed als u merkt dat u last blijft houden van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
  • Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit middel vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond. Mogelijk is een ander middel geschikter.
  • Sufheid, slaperigheid, een verminderd reactievermogen en wazig zien. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid erg nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van processen op het werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten, zeker niet de eerste twee weken van de behandeling, als u nog aan het middel moet wennen.
  • Duizeligheid, vooral bij het opstaan uit bed of uit een stoel. Dit kan het gevolg zijn van een lagere bloeddruk. In het algemeen gaat de duizeligheid in enkele dagen tot weken over als uw lichaam zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk. Mensen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt het beste even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, overleg dan met uw arts.

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Hartkloppingen. Dit kan bij mensen met hartkramp (angina pectoris) een aanval uitlokken van pijn op de borst bij inspanning. Overleg hierover met uw arts.
  • Gejaagdheid, angst, slapeloosheid en verwardheid.
  • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel. Neem contact op met uw arts als u veel last blijft houden van verstopping.
  • Minder of soms juist meer zin in vrijen. Bij mannen: moeilijker krijgen van een erectie en zaadlozing. Bij vrouwen: moeilijker krijgen van een orgasme.

Soms, vooral de eerste tijd dat u dit middel gebruikt

  • Misselijkheid en braken, vooral als u begint met dit middel. Mogelijk helpt het om dit middel op een volle maag in te nemen.
  • Trillende handen, rusteloze benen en spiertrekkingen.
  • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
  • Overmatig zweten.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Na enkele maanden: gewichtstoename. Let daarom goed op wat en hoeveel u eet. Vraag uw huisarts om een verwijzing naar een diëtist als u te veel aankomt.

Zeer zelden, na langdurig gebruik

  • Grijze tot bruine huidverkleuring van de huid die aan de zon is blootgesteld. Dit verdwijnt weer geleidelijk na stoppen van het gebruik.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Overgevoeligheid voor dit middel. Dit merkt u aan jeuk en huiduitslag. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Geef aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor imipramine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het middel niet opnieuw krijgt.
  • Bloed- of leverafwijking. U kunt dit merken aan onverklaarbare koorts, keelpijn, blauwe plekken of een gele verkleuring van het oogwit. Staak dan het gebruik en waarschuw uw arts.
  • Mensen met epilepsie lopen een grotere kans op een epileptische aanval.
  • Mensen met een niet-behandelde maag- of darmzweer: imipramine kan de kans op een maag- of darmbloeding vergroten. Overleg hierover met uw arts.
  • Toename van depressieve gedachten of gedachten aan zelfmoord. Neem contact met uw arts op als depressieve gevoelens juist toenemen of verergeren. Jongeren onder de 25 jaar hebben meer kans op deze bijwerkingen.
  • Een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.
  • Hartaandoeningen, zoals meer kans op een hartaanval. De kans hierop is groter bij mensen die in het verleden een hartaanval hebben gehad. Waarschuw uw arts, als u plotseling pijn op de borst krijgt. Heeft u kort geleden een hartaanval gehad? Dan mag u dit middel niet gebruiken. Overleg hierover met uw arts.
  • Mensen met het Brugada-syndroom, een erfelijke hartaandoening, hebben mogelijk een grotere kans op hartritmestoornissen. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander middel. Als u dit middel toch moet gebruiken, zal uw arts u extra onder controleren.
  • Bewegingsstoornissen. Deze herkent u aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts. Bij mensen die al een bewegingsstoornis hebben kan dit verergeren. Raadpleeg uw arts als u dit merkt.

Kinderen zijn extra gevoelig voor de bijwerkingen van dit middel.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Kinderen

Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen kunnen voorkomen, zijn:

Vooral de eerste tijd dat uw kind dit medicijn gebruikt

  • Sufheid, slaperigheid, duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij oplettendheid nodig is, zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school. Laat uw kind geen risicovolle activiteiten ondernemen, zeker niet de eerste 2 weken van de behandeling, als uw kind nog aan het medicijn moet wennen.
  • Droge mond, doordat uw kind minder speeksel aanmaakt. Als uw kind in het begin van de behandeling veel last heeft van een droge mond kan hij de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Door de droge mond ontstaan sneller gaatjes in het gebit en ontstekingen van het slijmvlies van de mondholte. Poets en flos extra goed bij uw kind als u merkt dat hij last blijft houden van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
  • Duizeligheid, vooral bij het opstaan uit bed of uit een stoel. Dit kan het gevolg zijn van een lagere bloeddruk. In het algemeen gaat de duizeligheid in enkele dagen tot weken over als het lichaam van uw kind zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk. Kinderen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als uw kind zich duizelig voelt, laat hem dan niet te snel opstaan uit bed of van een stoel. Uw kind kan het beste even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft uw kind last houden, overleg dan met de arts. Voordat uw kind met imipramine begint en tijdens de behandeling, zal de arts de bloeddruk van uw kind controleren.
  • Hartkloppingen. Voordat uw kind met imipramine begint en tijdens de behandeling, zal de arts de bloeddruk, hartslag en het hartfilmpje van uw kind controleren.
  • Maagdarmstoornissen, zoals verstopping (obstipatie), diarree en misselijkheid. Laat uw kind vezelrijke voeding eten en veel drinken. Neem contact op met de arts als uw kind veel last blijft houden van verstopping.

Na enkele maanden

  • Gewichtstoename. Let daarom goed op wat en hoeveel uw kind eet. Vraag de huisarts om een verwijzing naar een diëtist als uw kind te veel aankomt.
  • Depressieve gedachten of gedachten aan zelfmoord. Neem contact met de arts op als depressieve gevoelens bij uw kind ontstaan. Jongeren onder de 25 jaar hebben meer kans op deze bijwerkingen. Kinderen met depressie mogen dit medicijn niet gebruiken.
  • Een verhoogd risico op hartritmestoornissen. Uw kind merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als hij even wegraakt. Vooral kinderen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Laat uw kind dit medicijn NIET gebruiken als hij deze hartritmestoornis heeft. Voordat uw kind met imipramine begint en tijdens de behandeling, zal de arts de bloeddruk, hartslag en het hartfilmpje van uw kind controleren.
  • Hartaandoeningen, zoals meer kans op een hartaanval. Waarschuw de arts, als uw kind plotseling pijn op de borst krijgt. Voordat uw kind met imipramine begint en tijdens de behandeling, zal de arts de bloeddruk, hartslag en het hartfilmpje van uw kind controleren.

Bijwerkingen waarvan niet bekend is hoe vaak ze voorkomen

  • Slaapstoornissen. Overleg hierover met de arts.
  • Moeite met zien. Overleg met de arts als u merkt dat uw kind minder goed ziet.
logo Medicatie Op Maat
powered by iGene

© Copyright 2020 - iGene | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Privacyverklaring | Cookieverklaring
MOM / iGene / Oude Haven 102 / 6511 XH Nijmegen / +31 (0)10 310 4200 info@medicatie-op-maat.nl